Puzzelen

Als internist hou ik van puzzelstukjes. Een symptoom is nooit zomaar een symptoom, maar een onderdeel van een bepaalde pathologie. Hetzelfde symptoom in combinatie met andere symptomen vormt een totaal andere pathologie (de beruchte differentieel diagnoses). Hoesten is dus nooit zo maar hoesten, maar een bronchiale infectie of mogelijks een acuut hypoxisch falen i.k.v. een virale (Covid en non-covid) longontsteking, een bacteriële longontsteking, een allergie, longembolen, vasculitis… tot misschien gewoon een zenuwtrekje.  

Als intensivist hou ik ook van puzzelstukjes, maar dan eerder van de speciale stukjes. Puzzelstukjes die dringend gelegd moeten worden en waarbij snel een resultaat verwacht wordt. Niet gewoon hoesten aldus, maar levensbedreigend hoesten. 

Die dringende puzzelstukjes. Dat maakt het net zo boeiend en was één van de redenen waarom ik meer dan 15 jaar terug voor deze discipline koos. De symptomen zoeken, tot een diagnose komen, andere diagnoses uitsluiten, een behandeling instellen en hopen dat deze werkt, hierover open met de patiënt en zijn familie communiceren, etc… en dit zonder dat er meestal een voorafgaand arts-patiëntencontact was. Zowel in covid-als non-covidtijden is het onderdeel communicatie met de patiënt en zijn familie enorm belangrijk. Niet alleen om te informeren over de huidige situatie en planning, maar ook om als medisch team een beeld van onze patiënten te vormen. Wie is deze patiënt? Wat geeft hen energie? Wat zijn hun copingstrategiëen? 

Als coach hou ik ook van puzzelstukjes. Ook hier is een vraag nooit zo maar een vraag maar een onderdeel van een groter geheel. Of zoals mijn opleider zei: ‘Coachen is als een bord spaghetti. Je trekt aan één sliertje en meerdere sliertjes komen los.’ Ook hier zijn er speciale puzzelstukjes die dringend gezocht en gelegd moeten worden. Puzzelstukjes die actie vragen om snel tot een resultaat te komen. Ook hier is communicatie cruciaal. 

Het voorbije jaar zagen we veel patiënten in isolatieboxen, in een kunstmatige coma, zonder bezoek etc. Ook al telefoneerden we als medisch team dagelijks met de familie toch was het moeilijker om een beeld van deze patiënt te vormen of om te polsen naar de emotionele weerslag bij de familie. Lichaamstaal interpreteren was in deze setting quasi onmogelijk. 100 % virusvrij was onze communicatie maar toch ad risk om emotioneel steriel te worden.

Dat geldt ook voor de virtuele communicatie die vorig jaar echt zijn intrede in ons dagelijks bestaan deed. Efficiënt, dat wel (tenminste als het internet meewil), maar zonder ruimte voor tjit-chat en met minder lichaamstaal waardoor je dus een minder goed beeld van de gesprekspartner krijgt. Skills zoals echt actief luisteren, doorvragen en samenvatten van wat gezegd wordt, in-en uitchecken bij het gesprek, etc kunnen onze calls wel minder steriel maken. Als de lichaamstaal er niet is, kunnen we die misschien op die manier boetseren? Misschien is deze virtuele setting wel het ideale oefenveld om hierin expert te worden? Om dan van zodra het mag de echte wereld terug in te stappen als cyborgs, een verbeterde versie van onszelf. Al mag dit ook beginnen met een aperitief op een dekentje zonder te puzzelen.

Meer Artikels

Twinkel

Door An Broeckmans. Uit ‘vrouw met feeling’, Feeling magazine, januari 2020. “Artsen staan constant onder druk en burn-outs en verslavingen bij medici zijn een stijgend

Lees verder »